![]() |
De kern van onze visie bestaat erin een leerlingvriendelijke leeromgeving te scheppen.
In die leeromgeving leer je studeren. Maar je staat er zeker niet alleen voor, want ook hier maken we samen school: leerlingen en leraren, studiemeesters, ouders en directie, het Centrum voor Leerlingenbegeleiding (CLB). Ze maken kennis met de studiemeesters en de klassenleraar, die samen de draai-schijf vormen voor de ontplooiing van de leerlingen. Ze helpen ze bij het creëren van een goede studie- en klassfeer, waarbij iedereen aan bod komt en zich goed kan voelen. |
In dit opzicht dragen we op school ook geen uniform.
Studiemeesters en klassenleraren staan de leerlingen met raad en daad bij voor het ontwikkelen van een studiemethode.
![]() |
In het eerste leerjaar wordt een lesuur "leren leren en leefsleutels" ingericht. "Leefsleutels" laat ons zien dat emotionele vaardigheden zoals weerbaarheid en relativeringsvermogen, zelfkennis, invoeling in anderen, vermogen tot samenwerken en maatschappelijke betrokkenheid van doorslaggevend belang zijn voor succes. Leerlingen die om de een of andere reden een achterstand hebben opgelopen, kunnen rekenen op inhaallessen.
|
Een belangrijk werkinstrument voor de leerlingen is de agenda. Die is er niet alleen voor de studieplanning, maar zorgt samen met het tussentijdse rapport ook voor de evaluatie van de leerlingen en de communicatie tussen leraren en ouders. Bovendien richten we regelmatig ouderavonden in.
De basisschoolverlaters hebben gemeen dat ze vertrokken zijn uit het “veilige nest” van de meester of juffrouw in een vaak kleine basisschool. In het secundair onderwijs krijgen jongeren verschillende leraren, de zogenaamde vakleraren, met hun specifieke aanpak en persoonlijkheid, afspraken en verwachtingen.
Vooral de strakke vakkenopsplitsing vormt een belangrijke en moeilijke aanpassing. Dit gegeven vraagt van de leerling immers een nieuwe studieorganisatie en een ander denkpatroon.
Precies om hieraan tegemoet te komen voorzien we in tal van ondersteuningsinitiatieven.
Zo is de rol van klassenleraar en studiemeester-opvoeder van cruciaal belang. 
Zij vervullen een belangrijke taak in het proces van ‘leren leren’ van de leerling.
Bij de start van het secundair onderwijs helpen we de leerlingen bij het vinden van een aangepaste studiemethode. Dit is de taak van elke leerkracht, maar de klassenleraar geeft de toon aan via het vak ‘leren leren’ in het eerste jaar en motiveert de leerlingen tot studie-inzet.
Een belangrijk werkinstrument voor de leerlingen is de agenda. Die is er niet alleen voor de studieplanning, maar zorgt samen met het tussentijdse rapport ook voor de evaluatie van de leerlingen en de communicatie tussen leraren en ouders.
De studiemeester-opvoeder vormt de draaischijf op het vlak van de dagelijkse studiemomenten. Leerlingen volgen ’s morgens en ‘s middags een kort studiemoment in hun studiezaal en kunnen daarnaast ook ’s avonds een lange(re) studie volgen. Wie dat wenst, schrijft zich in voor een jaar en volgt studie tot 17.30uur of tot 18uur.
Niet alle leerlingen hebben hun organisatie, planning en studiemethode even snel onder de knie. Daarom kunnen leerlingen, die avondstudie volgen, bijgestuurd worden en waar nodig geobserveerd worden in de begeleidingsklas.
We organiseren inhaallessen voor leerlingen die een lange tijd afwezig waren of een structureel tekort hebben voor de vakken wiskunde, Nederlands, Frans en Latijn.
Daarnaast kan elke leerling ook inhoudelijk een extra duw in de rug krijgen en dit via twee wegen:
voor alle vakken kunnen leerlingen steeds terecht bij hun vakleerkracht voor een remediëring via een schriftje of een bijles.
In het mentoraat kunnen ze een bijkomende duiding krijgen van een tutor uit het zesde jaar. Deze medeleerling geeft hen op een bevattelijke manier duiding bij bepaalde leerinhouden.
Ook zorg en zorgverbreding uit de basisschool stoppen niet aan de poort van ‘de grote school’. Gegevens van leerlingen die in het basisonderwijs een specifieke zorg genoten hebben (bv. i.v.m. een leerstoornis …), moeten kunnen doorstromen naar de eerste graad. De eigen leerlingenbegeleider oefent hier een cruciale rol uit.
De kern van onze visie bestaat erin een leerlingvriendelijke leeromgeving te scheppen.
In die leeromgeving leer je studeren. Maar je staat er zeker niet alleen voor, want ook hier maken we samen school: leerlingen en leraren, studiemeesters, cel leerlingenbegeleiding, ouders en directie, het Centrum voor Leerlingenbegeleiding (CLB).
De leerlingen van het eerste leerjaar krijgen op de eerste schooldag een programma met activiteiten waarbij ze de school leren kennen.
Ze maken kennis met de studiemeesters en de klassenleraar, die samen de draaischijf vormen voor de ontplooiing van de leerlingen.
Zo helpen ze bij het creëren van een goede studie- en klassfeer, waarbij iedereen aan bod komt en zich goed kan voelen.
In dit opzicht dragen we op school ook geen uniform.
Tijdens die eerste schooldag krijgen alle eerstejaars een peter of meter toegewezen uit het tweede jaar. Dit vrijwillige engagement brengt onze tweedejaars een verantwoordelijkheidszin bij en ondersteunt de eerstejaars via een schouderklopje, bemoedigend kaartje of praktische
hulp.
Als het echt kriebelt, kunnen de eerstegraadsleerlingen op woensdagnamiddag onder begeleiding van sportleerkrachten en/of studiemeesters sporten en iets bijleren, maar vooral sporten en zich amuseren.
Ook minder sportieve leerlingen worden daartoe uitgenodigd. We nemen ook deel aan sportactiviteiten, georganiseerd door de Stichting Vlaamse Schoolsport (SVS). (website: www. schoolsport.be)
Zowel op competitief niveau als recreatief kunnen de leerlingen aan tal van sportdisciplines deelnemen: basketbal, handbal, voetbal, volleybal, minivoetbal, zwemmen, atletiek, baseball, flagfootball ...
Het college is gekend voor zijn bezinningsdagen en –weekends.
Elke klas gaat in de loop van het schooljaar op bezinning. Dit gebeurt op vrijwillige basis. De leerlingen van het eerste jaar gaan tijdens het derde trimester naar Loppem, de leerlingen van het tweede leerjaar trekken tijdens het eerste trimester naar Westouter.
In de eerste graad wordt werk gemaakt van studiekeuzebegeleiding. Leerlingen maken kennis met studierichtingen binnen/buiten de school en denken na over hun interessewereld en een beroepskeuze in de verre toekomst. De klassenleraren van het tweede jaar werken via een studiekeuzebegeleidingsdossier een strategie uit om de leerling een constructief en realistisch zelfbeeld mee te geven en hem of haar de alternatieve studiemogelijkheden voor te leggen. Schoolbezoeken, een infomoment voor leerlingen en ouders en een advies van school en/of CLB kunnen daartoe belangrijke hulpmiddelen zijn. |
|
![]() |
![]() |
Vindictivelaan 9 • 8400 Oostende • (059)70 10 22 • Site problemen ?
Copyright © 2009 Onze-Lieve-Vrouwecollege • site ontwerp: H.Tavares e Sousa Jr. | admin