
In 1653 werd voor de eerste maal in het bestaan van de stad Oostende het middelbaar onderwijs georganiseerd.
Dit gebeurde door de Congregatie van de Oratorianen van Scherpenheuvel, die behoorde tot de stichting van de H. Philippus Neri. Ze betrokken gebouwen in een blok begrensd door de Sint-Pietersstraat, de Sint-Paulusstraat en de Kapellestraat.
Financieel was het onmogelijk de zaak in stand te houden en na negen jaar vroegen ze ontslagen te worden van hun verplichtingen.
De Oratorianen van Mechelen, die behoorden tot de stichting van Kardinaal P. de Bérulle, namen hun taak over. De klemtoon van hun onderwijs lag op de Latijnse taal. De Oratorianen volgden immers het leerplan van de Jezuïeten. De bedoeling was duidelijk de vorming van toekomstige priesters.
Vanaf 1715 begonnen de Oratorianen meer aandacht te besteden aan de moedertaal, de wellevendheid en de Franse taal.
In 1792 verlieten de Oratorianen onder druk van de Franse invallers Oostende. Enkele lekenleraren blijven nog in functie tot 1798.
Daarna was er een halve eeuw lang geen middelbaar onderwijs in Oostende (1798-1842).
Francisus Boussen (1774-1848) In 1842 sticht hij te Oostende het "Collège Notre-Dame de Bon-Secours".
In 1842 vroeg burgemeester J. van Iseghem in een brief aan Mgr. F.R. Boussen, de eerste bisschop van Brugge in het onafhankelijke België, om in Oostende middelbaar onderwijs in te richten.
De bisschop reageerde gunstig. Hij zou leraren ter beschikking stellen als de stad voor lokalen zorgde en ze onderhield. Het schoolgebouw, voorheen betrokken door de Oratorianen en op dat ogenblik door de pastoor, werd ingericht en van meubelen voorzien door de stad en ter beschikking gesteld van het college.
De stichtingsakte werd ondertekend op 30 juli 1842. Het college werd toegewijd aan Onze-Lieve-Vrouw van Bon Secours, een bedevaartplaats bij Doornik, die heel populair was in die tijd.
Onder het beleid van de eerste principaal Franciscus Xaverius Stephanus Brel (1842-1847) groeiden de Latijnse klassen en de handelsklassen geleidelijk uit van de zesde tot en met de derde klas.
Toen het College in financiële moeilijkheden geraakte dreigde Mgr. J.-B. Malou, bisschop van Brugge, de school af te schaffen als de stad niet financieel tegemoet kwam.
De gemeenteraad weigerde eerst, maar kwam later op de beslissing terug. Zo werd op 1 oktober 1852 het gepatroneerd college omgevormd tot een gepatroneerde middelbare school, door de stad gesubsidieerd.
De benarde toestand van de stadskas verhinderde de oprichting van een nieuw gemeentelijk college en de subsidiëring van het bestaande college werd tot 1868 voortgezet.
Op 4 oktober 1869 werden de nieuwe lokalen in de Ooststraat en de Kerkstraat (nu Albertschool) ingewijd. Voor het eerst sedert de Franse revolutie had Oostende in 1870 opnieuw een volledig college, met poësis en retorica.
Op 4 februari 1878 zegde de stad de overeenkomst met het bisdom op. Mgr. J.-J. Faict gaf Principaal Isacq de opdracht een vrij bisschoppelijk college te stichten.
In 1878 koopt Principaal Isacq het "Hof van Commercie" op de Keizerskaai (nu Vindictivelaan) van de familie Jean, weldoeners van het College. Dit gebouw dateert van 1787 en is tot vandaag de dag het hoofdgebouw van het College gebleven.
De lagere school van de heer Eduard Massenhove in de Albertusstraat (nu Euphrosina Beernaertstraat) werd door het College overgenomen.
Het College is in de loop van zijn geschiedenis vele keren verbouwd en uitgebreid.
Tijdens de beide wereldoorlogen deed het zelfs dienst als kazerne en ziekenhuis.
Het College heeft vandaag 6 basisscholen gelegen in de Aartshertoginnestraat, de Kaaistraat, de Gerststraat, de Aartshertogstraat (wijkafdeling Duinhelmstraat), de Lijsterbeslaan (wijkafdeling Assisiëlaan) en de Stanleylaan.
Wat de secundaire afdeling betreft vormt het Onze-Lieve-Vrouwecollege tegenwoordig een scholengemeenschap met het Vrij Technisch Instituut, het Sint-Jozefsinstituut, het Sint-Lutgardisinstituut, het Sint-Andreasinstituut en het Sint-Godelieve-instituut in Gistel. Samen telt deze groep meer dan 4500 leerlingen.
Onder zijn leraren mocht het grote namen tellen als Jozef Verhelle (stichter van de sportvereniging Hermes), Antoon Pauwels, Henri Vanhoutte, Mgr. Eugeen Laridon (later hulpbisschop van Brugge) en vele anderen.
Het Onze-Lieve-Vrouwecollege staat voor 160 jaar dienst in de vorming van de Oostendse jeugd. Elke periode had zijn eigen klemtonen die dikwijls samen-gingen met de interesse-gebieden van de principaals of directeurs. Het College van Oostende heeft steeds jonge mensen willen opvoeden tot een open vrijheid en tot een gezond relativisme.
Sommige klerikale milieus vergeleken het College wel eens smalend, maar toch niet zonder een heimelijke afgunst met een "atheneum waar ook priesters les gaven". Kwam het door de zilte zeelucht of door het kosmopolitische en exotische parfum dat sinds Leopold II over deze badstad bleef hangen, in elk geval werd er veel in het Oostends College tot zijn ware proporties teruggebracht. En meteen was er aandacht voor het essentiële: een gezonde religieuze opvoeding en een ernstige moraal, wars van scrupuleuze haarklieverij.
Tijdens de paasvakantie van 2001 werd het Mariabeeld uit de oude kapel, hoog tegen de achtergevel van het hoofdgebouw geplaatst. Onze-Lieve-Vrouw waakt terug over de collegegemeenschap en met dankbaarheid en enige nostalgie kunnen we opnieuw de mooie mariale hymne zingen "Salve Regina…nobis post hoc exilium ostende".
Vindictivelaan 9 • 8400 Oostende • (059)70 10 22 • Site problemen ?
Copyright © 2009 Onze-Lieve-Vrouwecollege • site ontwerp: H.Tavares e Sousa Jr. | admin